leeg

     
 

Jos van der Lans; Dansgeheugen

Omdat ik volgens dansingewijden aan vooroordelen lijd, besloot ik eind juni een kijkje te nemen in een oud-kerkgebouw in de Amsterdamse Watergraafsmeer, waar zich zo'n zestig mensen hadden verzameld voor het slotbal van het AVC Centrum voor Werelddans. In dit centrum - zo was ik op de website te weten gekomen - wordt het hele jaar aan folkloristische dans gedaan: 'Naast cursussen bieden wij ook andere dansactiviteiten, zoals een workshop Bulgaarse dans, diverse bals met orkest, een Turks dans- en muziekfeest en een familieweekend.'
Vooral dat laatste had mij op het ergste voorbereid. Volksdansen is voor mij zoiets als Almere, de polderstad die bij mij geen enkele aandrang opwekt om hem te bezoeken. Hoewel Almere pas dertig jaar oud is, heeft de stad bij de buitenstaander een reputatie verworven als het toppunt van saaiheid, eenvormigheid en truttigheid. Aan Almere is 'niks aan'.
Dat geldt dus ook voor volksdansen.
Het is leuk als je er in een ver buitenland op stuit. Je hebt een geweldige avond als in den vreemde de plaatselijke bevolking je trakteert op een folkloristische dans. Maar hier in Nederland is het toch vooral iets uit vervlogen tijden. Het riekt naar klederdrachten, Giethoorn en Urk. Handen in de zij, klompen aan en huppen maar.
Nee, leuk voor het openlucht museum, maar niets voor mij. Dan ga ik nog liever in Almere op bezoek.
Kortom, ik vreesde in het AVC Centrum voor Werelddans in een soort André Rouvoet-achtige voorstelling van mensen met een blij gemoed terecht te komen. Dat klopte ook: ik kwam in een vrolijke boel terecht. Met mensen van alle leeftijden (opvallend veel jongeren zelfs), die op vrolijke Balkanmuziek in een grote kring met hun voeten de meest ingewikkelde stapjes en pasjes te voorschijn toverden. Ik zag beweging en plezier. Het hield ook niet op. In moordend tempo werden de nummers afgedraaid, alsof er geen tijd verloren mocht gaan. Een pauze was dit slotbal niet gegund. Niet iedereen deed de hele tijd mee (dat zou menselijkerwijs ook niet vol te houden zijn), maar gedurende de twee-en-half uur dat ik als toeschouwer verwonderd toekeek, gutste het zweet rond en stonden er altijd wel zo'n dertig tot veertig mensen op de dansvloer.
Carry van Bokhoven, maandagavonddocent in dit Centrum, moet lachen om mijn vooroordelen. 'Je bent niet de enige', troost ze me. Even daarna vernielt ze er nog een als ze even terloops vermeldt ze dat ze de Hoge School voor de Kunst doorlopen heeft en dus op alle dansmarkten thuis is. Weer een vooroordeel (volksdansen wordt begeleid door veredelde hopmannen en akela's) naar de filistijnen. Ze legt me het verschil uit tussen de dansen uit de Balkanlanden en Israel, die meer collectieve ritmes en pasjes kennen, en de dansen uit onze contreien (Nederland, Ierland) die meer figuren kennen die uitgevoerd moeten worden door paren. In dit Centrum lijkt deze avond de voorkeur uit te gaan naar Oosteuropese dansen, maar op het einde van de avond is er ineens een hele reeks uit Zuid-Amerika, totaal anders met een lekkere warme Latijnse swing er in.
Ik kijk mijn ogen uit.
Het vreemde is dat mensen bij elk nummer, of dat nu uit Bolivia, Israel of Bulgarije komt, meteen weten wat ze moeten doen. En dat is dus voor elk nummer iets anders. Deze werelddansers hebben een ongekend groot repertoire van tientallen verschillende dansen in de benen, dat zijn vele honderden stapjes, draaiingen, armbewegingen. Daarmee vergeleken is het aantal passen van de wals of de foxtrot kinderwerk. In mij groeit het bange vermoeden dat deze 'stijve' werelddansen voor mij te hoog gegrepen zouden zijn. Al die pasjes zou ik met geen mogelijkheid nog onder de knie krijgen. Daar heb ik de dansintelligentie niet voor.
Hoe onthouden die mensen dat allemaal, vraag ik Carry van Bokhoven.
'Werelddansen laat zien', vertelt ze enthousiast, 'dat mensen een heel groot dansgeheugen kunnen ontwikkelen. Je moet de stappen oefenen, maar er komt heel snel een verbinding tussen de muziek en de passen en als je die eenmaal in de benen hebt, gaat het vanzelf. Dan volgen de passen uit de muziek, waarbij het natuurlijk helpt dat je het in een collectief doet. Je ziet wat je zelf moet doen bij de anderen. Je leert het van elkaar.'
Ik ben definitief om.
Natuurlijk, werelddans is geen disco met glitterende lampjes. Er spat ook niet de erotiek van de salsa vanaf. Het is inderdaad een beetje meer NCRV dan VPRO. Maar dat maakt het absoluut niet minder. Integendeel, het is misschien zelfs wel moeilijker en vermoeiender. En in ieder geval gezelliger.
Maar truttig en/of saai, nou nee. Dat neem ik terug.
Ik denk dat ik binnenkort ook maar eens in Almere ga kijken.

(dit artikel is eerder verschenen in het tijdschrift 'Dans')

Kijk ook eens op http://www.josvdlans.nl/